Hoe werk je beter hybride samen? Een praktisch model

Christiaan Lustig en Richard Wiegers
1 augustus 2023

Hoe hangt de vlag erbij als het gaat om werken en samenwerken? Zijn we na de pandemie iets opgeschoten met hoe we onze tijd en energie managen? Hebben we andere manieren van werken aangeleerd of is het eigenlijk nog steeds aan de lopende band (online) vergaderingen? En zitten we dus in een soort vagevuur van tegelijk ‘niet meer’ en ‘nog niet’? Ik heb sterk de indruk dat veel leidinggevenden en hun mensen dat laatste zullen beamen. Als zo’n beetje na de tweede of derde lockdown tijdens de coronapandemie wisten we dat de oude manier van werken niet meer zou terugkomen. En de meesten van ons wisten kort na COVID-19 ook dat we niet meer voltijds op afstand wilden werken. Maar de tussenweg blijkt lastiger dan we dachten. Hoe je hierover praktische afspraken maakt, daar gaat dit artikel over.


Verkeerde oplossingen

Een paar observaties wil ik graag met je delen. Allereerst dat organisaties om uiteenlopende redenen de verkeerde oplossingen kiezen om hybride werken te faciliteren. Namelijk het commando om terug naar kantoor te komen, nóg meer vergaderingen te organiseren, en nieuwe technologie te implementeren. Terwijl 4 van de 5 grootste hindernissen voor productiviteit over heel andere aspecten van (samen)werken gaan.


#1: terug naar kantoor

Ten eerste is er sinds het einde van de pandemie het commando dat veel bedrijven hun medewerkers geven om voor een aanzienlijk deel van de week terug naar kantoor te komen. Soms is dat controledrang, maar vaker wordt het argument van organisatiecultuur en samenwerking gemaakt. Maar toevallige ontmoetingen en ad-hoc afspraken zijn schier onmogelijk als mensen meer dan 2 dagen thuis werken.

Gedwongen terugkeer naar kantoor verlaagt productiviteit én betrokkenheid van medewerkers. Flexibiliteit in waar je werkt en goede werkafspraken maken dat mensen hun beste werk kunnen doen. En échte betrokkenheid bij het werk heeft nog veel meer impact op het doel van de organisatie. Nog steeds lijken organisaties aan te sturen op een terugkeer naar het kantoor. Ondanks bewijs dat flexibel hybride werken productiever is. Zelfs voor COVID-19 was dat al het geval, en de pandemie heeft de voordelen van werken-op-afstand alleen maar meer blootgelegd.

Is het kantoor dan nergens goed voor? Zeker wel! Bepaalde vormen van samenwerken gaan beter als je op dezelfde tijd op dezelfde plek bent. Ook ontmoeting en verbinding met collega’s gaat in person nu eenmaal makkelijker een laag dieper, net als coaching en mentoring.


#2: nóg meer vergaderingen

Heel recent onderzoek laat zien dat het aantal vergaderingen per week met 153% is gestegen en dat die vergaderingen liefst 252% meer tijd in beslag nemen. Maar ‘live’ samenwerking, ontmoeting en mentoring moet je dan niet zomaar een beetje laten gebeuren. Nee, dit vraagt een duidelijk doel, goede werkvormen en -afspraken, en dus bewuster en explicieter omgaan met de uitdagingen die je tegenkomt. Dit alles maakt hybride werkvormen een soort best of both worlds: een combinatie van de voordelen van ontmoeting en samenwerking op kantoor en de voordelen van werken-op-afstand zorgt voor hogere productiviteit en hogere medewerkerstevredenheid.


#3: nieuwe technologie

Begrijp me goed: nieuwe tools kunnen super belangrijk zijn om nieuwe manieren van werken mogelijk te maken. Maar het draait om de nieuwe manieren van werken en niet om het gereedschap. Het is dan ook cruciaal om, naast plaatsonafhankelijk werken (dat we tijdens de pandemie geleerd hebben) ook meer tijdonafhankelijk te gaan werken. Daar helpt technologie bij, maar niet zonder andere vormen van samenwerken aan te leren.


Andere vormen van samenwerken

In april van 2020 schreef ik samen met Tabhita Minten over andere vormen van digitaal (samen)werken dan de video call. Daarvoor borduurden we dankbaar voort op Sam Marshalls denkraam dat de verschillende soorten werk in fysieke kantoren vertaalt naar digitale vormen. Dit denkraam kan helpen om los te komen uit alleen videocalls en ook op andere manieren digitaal (samen) te werken.

Schematische weergave van de 6 vormen van (samen) werken: Hive, Huddle, Hub, Hangout, Hermit, en Harbour (Sam Marshall)

Fysieke kantoren ondersteunen volgens Marshall doorgaans 6 verschillende manieren van werken:

  1. Hive of (bijen)korf: een (grotere) groep die aan gerelateerde taken werkt.
  2. Huddle of cluster: een (kleinere) groep die intensief aan één taak werkt.
  3. Hub of centrum: een gebied met veel toevallige ontmoetingen.
  4. Hangout of de ontmoetingsplek: een sociaal gebied.
  5. Hermit of kluizenaar: geconcentreerd, individueel werk (deep work).
  6. Harbour of haven: samenwerking met klanten, partners en leveranciers.

Elk van deze manieren van werken heeft doorgaans een unieke plaats op de fysieke werkplek. Denk aan hoe stoelen en tafels zijn gerangschikt, geluidsschermen en zelfs de keuze van het decor in een vergaderzaal of een recreatieruimte: alles laat zien hoe zo’n plaats moet worden gebruikt. Zo hebben mensen gedurende vele decennia op een natuurlijke manier hun fysieke werkplek ontwikkeld. De uitdaging is nu om ze digitaal na te maken.


In lijn hiermee postte ik op Frankwatching ook al eens over hoe je kunt kijken naar uitgangspunten rond digitaal (samen)werken en welke tools daar bij passen. Ik onderscheidde in dat artikel grofweg 4 verschillende manieren met elkaar samenwerken en communiceren, namelijk als:

  1. Projectteam
  2. Afdeling of dienst
  3. Community
  4. (Gehele) organisatie

En voor elk van deze vormen van digitale communicatie en samenwerking kun je naar een specifiek type oplossing, een specifieke soort tool kijken.


Hulpmiddel om samenwerken te stroomlijnen

Toch is dat nog niet alles. Want hoewel Daniel Pink gelijk heeft als hij schrijft (in Drive) dat je als leidinggevende meer autonomie aan professionals (i.c. kenniswerkers) moet geven om hun werk goed te kunnen doen, ben ik het ook met Cal Newport eens die stelt dat dit weliswaar opgaat voor het eigen werk, maar dat het bij samenwerken betekent dat we vervallen in de laagste gemene delers: vergaderingen, documenten en e-mails. En dan zijn we terug bij af.

Om goed samen te kunnen werken, is het onmisbaar om afspraken met elkaar te maken. En dat doe je op drie niveaus: persoonlijk, met je team, afdeling of groep, en als organisatie. Alle drie zal ik ze hieronder uitwerken.


#1: je persoonlijke gebruiksaanwijzing

Als je een nieuwe koffiemachine, koelkast of een ander apparaat koopt, is het eerste wat je waarschijnlijk doet de stekker in het stopcontact steken en aanzetten… en dan ga je hem gewoon gebruiken. Hoewel dat in sommige gevallen werkt, wordt bij het soort apparaat dat ik noem een soort boekje geleverd dat uitlegt waar de machine voor is en hoe je die het beste kunt gebruiken.

Hetzelfde geldt vaak voor werk: we pluggen in en gaan. We zetten uw computer fysiek aan, loggen in op het samenwerkingsplatform — of dat nu Teams, Slack of iets anders is — en gaan gewoon aan de slag. En deze aanpak was in het verleden prima, want als we problemen ondervonden op het werk, konden we gewoon de collega of iemand in het naastgelegen kantoor vragen om dingen op te lossen.

Maar net als bij huishoudelijke en andere elektronische apparaten hebben mensen een beoogd gebruik. Maar de meesten van ons hebben op school niet geleerd welke methoden voor ons werken. En als we dat wel hebben gedaan, was dat waarschijnlijk met vallen en opstaan.

Door persoonlijke ervaring heb ik ontdekt dat het cruciaal is om bewust om te gaan met werk en werken. Het is noodzakelijk om te ontdekken wie je bent en welke methoden je helpen het productiefst te zijn en je doelen te bereiken.

Een praktisch hulpmiddel om dit te ontdekken is de persoonlijke gebruiksaanwijzing. Deze handleiding helpt je nieuwe dingen over jezelf te ontdekken of latente kwaliteiten aan het licht te brengen waar je eerder geen woorden aan had gegeven. Zo’n persoonlijke gids omvat onder meer:

  • Fundament: welke waarden en principes zijn belangrijk voor jou? Wat is je persoonlijke missie of levensmotto?
  • Kwaliteiten: wat zijn je gaven en talenten, sterke en zwakke punten? Waar krijg je energie van en wat put die juist uit?
  • Samenwerking: hoe lever je je werk het beste, zowel alleen als met collega’s? Wanneer en hoe ben je bereikbaar voor anderen?
  • Tools: hoe ziet jouw ideale werkplek eruit? Welke hard- en software heeft je voorkeur?
  • Achtergrond: wat is je opleidings- en werkervaring, je expertisegebieden? Wat is je DISC, MBTI, CliftonStrengths of ander type profiel?
  • Leven: waar woon je en waar kom je vandaan? Heb je een levenspartner of kinderen? Hoe beweeg/sport je en hoe rust je uit? Doe je vrijwilligerswerk? Hang je een bepaalde levensbeschouwing aan?
  • Persoonlijk: wat zijn je favoriete boeken en films? Welke mensen inspireren jou? Heb je favoriete quotes en wat zijn leuke weetjes over jezelf?

Als iedereen een persoonlijke gebruiksaanwijzing maakt, heb je daar een hele trits van in je team. Dit is wat ik het eerste, het basisniveau van de samenwerkingsgids van een hybride team zou willen noemen. En ik kom later terug waarom dat zo is. Maar laten we het nu even hebben over…


#2: teamovereenkomst

Je persoonlijke gebruiksaanwijzing delen met je team is essentieel, maar het is niet voldoende om een ​​goede samenwerking te garanderen en ervoor te zorgen dat je gemeenschappelijke doelen bereikt. Juist omdat die gemeenschappelijke doelen nog niet expliciet gemaakt zijn. Met verschillende persoonlijke voorkeuren met betrekking tot werkmethoden, tools, samenwerking en welzijnsbehoeften, kan succesvol samenwerken juist heel ingewikkeld blijken.

De volgende stap die projectteams, groepen medewerkers, afdelingen of divisies zouden moeten zetten, is dan ook om de essentie van elke persoonlijke gebruiksaanwijzing te combineren tot een teamcontract of teamovereenkomst. Daarin definieer je:

  • Doel: wat is het doel van ons team? Wat willen we bereiken? Hoe verhoudt dat zich tot hogere bedrijfs- en persoonlijke waarden?
  • Waarden: wat zijn onze kernwaarden en wat betekenen ze in onze dagelijkse praktijk? Welke kwaliteiten waarderen we?
  • Welzijn: hoe zorgen we voor elkaars welzijn? Hoe maken we ruimte voor elkaar zodat we allemaal kunnen rusten, werken en bloeien?
  • Communicatie: hoe, wanneer en via welke kanalen communiceren we? Wat zijn bedrijfsbrede criteria als het gaat om delen en beantwoorden?
  • Samenwerken: op welke manieren willen we samenwerken? Wanneer delen we doelbewust wat we doen? Hoe innoveren we samen? En wanneer zijn we beschikbaar om elkaar te ontmoeten?
  • Verantwoordelijkheden: Hoe bepalen we wie verantwoordelijk is, wie de beslisser is? Hoe gaan we om met tegenstrijdige prioriteiten?
  • Meetbaarheid: hoe definiëren we succes? En hoe meten we of we onze doelen hebben bereikt?
  • Interactie: Hoe geven we erkenning en feedback? Hoe zien gezonde en ongezonde conflicten eruit en hoe lossen we ze op?
  • Commitment: wat voor verplichtingen hebben we tegenover elkaar? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen ze kan behouden?

Door samen te werken op basis van de persoonlijke voorkeuren en de behoeften van elke medewerker — en ze samen te brengen met een wederzijds doel, waarde en commitment — creëer je een solide basis voor elk team om samen te werken, een band op te bouwen en begrip voor elkaar op te bouwen. Dit is wat je het tweede of middenniveau van de samenwerkingsgids van een hybride team zou kunnen noemen. En nogmaals, ik kom hier later op terug.

Nu geloof ik niet dat er één manier is om elke vraag in een teamovereenkomst te beantwoorden. Dit betekent dat er meerdere overeenkomsten in je organisatie in gebruik kunnen zijn. En dat is OK: een team moet definiëren wat voor hen het beste werkt, met het oog op de doelen en waarden van de organisatie.

Wat in de dagelijkse praktijk wel lastig kan zijn, is samenwerking tussen verschillende teams, omdat zij te maken krijgen met minimaal twee teamafspraken. En met projectteams bestaande uit medewerkers van verschillende afdelingen komen er talloze afspraken bij kijken.

In dit soort gevallen is er maar één fundamentele oplossing voor organisaties, afdelingen, projectteams en andere groepen: het creëren van een nieuwe teamovereenkomst voor elke vorm van samenwerking. Alleen dan kun je bewust en expliciet samenwerken, zodat iedereen kan bijdragen aan de gemeenschappelijke doelen van het team, rekening houdend met hun persoonlijke behoeften en voorkeuren.


#3: organisatiehandboek

Nu komen we aan bij het derde en hoogste niveau van de gids voor een hybride team om (samen) te werken: het organisatiehandboek. Zoals ik eerder al zei, is dit doorgaans het bekendste niveau, aangezien organisatiehandboeken veel aandacht kregen door de verschuiving naar hybride werk na COVID-19. En in een bedrijfshandboek staan onder meer:

  • Profiel: wat is de strategie van je organisatie (doel, missie, visie), waarden en cultuur? Wat is de geschiedenis van het bedrijf, hoe ziet het organigram eruit?
  • Welzijn: hoe zorgen we ervoor dat alle medewerkers vanuit de juiste mentale positie kunnen werken? Hoe zorgen we in dat opzicht voor elkaar?
  • Best practices: hoe moeten werknemers hun werk doen? Welke werkwijzen en methodieken hebben een bewezen track record in onze organisatie?
  • Verantwoordelijkheden: wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor welke beslissingen? Hoe definiëren we succes en hoe meten we het?
  • Ruimte voor teams: hoeveel bewegingsruimte hebben teams en afdelingen om hun eigen teamafspraken te maken, en welke elementen zijn in principe in steen gebeiteld?
  • Technologie: welke communicatie- en samenwerkingstools en -kanalen gebruiken we voor welk soort werk?
  • Juridisch: wat zijn toepasselijke gezondheids- en veiligheidseisen? Welke regels en voorschriften zijn relevant voor de organisatie?
  • Dienstverband: prestatienormen, beoordeling en beoordeling, promoties, discipline; gedragscode; secundaire arbeidsvoorwaarden (salaris, vakantiedagen, verlof); onboarding en onboarding.

Als je alle drie de niveaus op elkaar stapelt, krijg je wat lijkt op een piramide zoals je onderaan ziet:


  1. Een breed basisniveau bestaande uit persoonlijke gebruiksaanwijzingen (PGA’s) , waarin medewerkers expliciet en tastbaar maken wie ze zijn, wat ze nodig hebben om tot bloei te komen en hoe ze het beste kunnen bijdragen aan de doelstellingen van hun bedrijf.
  2. Een verbindende middenlaag, de teamovereenkomsten (TO’s) , en daarin schetsen teams of afdelingen wat ze moeten doen, hoe ze willen communiceren en samenwerken en hoe ze oog voor elkaar hebben.
  3. Het hoogste niveau is dat het organisatiehandboek (OHB) , waarin organisaties vastleggen waarom ze bestaan, hoe ze hun klanten bedienen en hoe medewerkers en teams binnen dat kader kunnen floreren.

Nu is het de kunst om zowel van onderop, op de manier die ik hierboven heb beschreven, als van bovenaf aan deze hybride teamgids met 3 niveaus te werken. Zo kunnen de persoonlijke gebruikershandleidingen van een groep collega’s de teamovereenkomst mede bepalen, zoals elke organisatorische teamovereenkomst het organisatiehandboek beïnvloedt. Het is tegelijk ook zo dat het organisatie de teamafspraken kadert, die vervolgens de persoonlijke gebruikershandleidingen moeten omlijsten.


Dit betekent dat werken aan persoonlijke gebruiksaanwijzing, teamovereenkomsten en een organisatiehandboek geen solo-oefening is, maar een teaminspanning. Werk samen op alle drie niveaus en je creëert een consistente leidraad voor je hybride team.


Bovenstaande aanpak is de basis voor onze workshops 'effectief en efficiënt samenwerken' Wil je weten wat dit voor jou zou kunnen betekenen? Laat het weten!

---


Deze blogpost verscheen eerder op Frankwatching


Deel deze blog met iemand

De beter werken blog

door Richard Wiegers 10 maart 2026
Een praktische kapstok voor goed werkgeverschap Veel organisaties willen een goede werkgever zijn. Ze investeren in leiderschap, cultuur, vitaliteit, ontwikkeling of medewerkerstevredenheid. Allemaal waardevolle thema’s. En toch zie je in de praktijk vaak hetzelfde gebeuren: het blijft versnipperd. Er zijn losse initiatieven, goede bedoelingen en hier en daar mooie interventies, maar niet altijd een duidelijke lijn. Daardoor wordt goed werkgeverschap al snel iets dat er “ook nog bij” komt, in plaats van een bewuste strategische keuze. En juist daar wordt een werkgeverwaardestrategie interessant. Net zoals organisaties aan de marktkant bewuste keuzes maken in hoe zij waarde leveren aan klanten, kun je ook aan de menskant kiezen waarin je als werkgever echt het verschil wilt maken. Niet om mensen in een model te duwen, maar juist om focus aan te brengen: wat moeten medewerkers hier echt ervaren, waar willen wij als werkgever in uitblinken en wat vraagt dat van de manier waarop we werk organiseren? Dat is niet alleen een HR-vraagstuk. Voor veel organisaties worden thema’s als uitval, verloop, lage betrokkenheid en moeite met het aantrekken van nieuwe mensen namelijk steeds meer een strategisch vraagstuk. Niet omdat mensen een “risico” zijn, maar omdat deze signalen direct iets zeggen over de vraag of je als organisatie je ambities ook echt kunt waarmaken. Als de energie wegloopt, sleutelposities moeilijk vervuld raken of betrokkenheid onder druk staat, raakt dat niet alleen mensen, maar ook de continuïteit, veranderkracht en slagkracht van de organisatie. In die zin is de menskant van de organisatie dus niet zacht of vrijblijvend, maar juist van grote strategische betekenis. Wat is een werkgeverwaardestrategie? Een werkgeverwaardestrategie is een keuzekader voor goed werkgeverschap. Het uitgangspunt is simpel: medewerkers hebben op meerdere vlakken iets nodig om goed, gezond en met betrokkenheid te kunnen werken. Maar niet iedere organisatie hoeft of kan op al die vlakken tegelijk onderscheidend zijn. Juist daarom helpt het om scherp te kiezen waar je als werkgever de meeste waarde wilt bieden. Binnen het model wordt dat samengebracht in drie pijlers: Purpose & Growth Culture & Collaboration Work & Life Samen dekken die pijlers alles wat medewerkers nodig hebben om te kunnen floreren. Purpose & Growth gaat over zingeving, koers, ontwikkeling en autonomie. Culture & Collaboration gaat over veiligheid, erkenning, feedback, vertrouwen en samenwerking. Work & Life gaat over de werkbare praktijk: processen, tools, mandaten, werk-privébalans, herstel en arbeidsvoorwaarden. Net als bij Treacy & Wiersema zit de kracht niet in proberen alle drie de pijlers excellent te maken. De gedachte is juist dat je één focuspijler kiest, terwijl je de andere twee op marktconform niveau op orde houdt. Dat maakt de keuze scherp én uitvoerbaar. Waarom zo’n model helpt Veel strategieën zijn nog altijd sterk marktgericht. Ze zeggen iets over klanten, concurrentie, groei en positionering. Maar veel minder over wat dat vraagt van mensen, samenwerking, leiderschap en organisatie-inrichting. Terwijl juist daar in de praktijk vaak het verschil wordt gemaakt tussen een strategie die mooi klinkt en een strategie die ook echt werkt. Dat is precies waar een werkgeverwaardestrategie van waarde wordt. Het helpt om de menskant niet als los HR-thema te behandelen, maar als strategisch vraagstuk. Niet alleen: “hoe zorgen we goed voor mensen?”, maar ook: “hoe ontwerpen we een omgeving waarin mensen het werk goed kunnen doen, kunnen groeien en samen kunnen bijdragen aan wat we in de markt willen bereiken?” Je neemt daarmee je rol als werkgever serieus en bouwt aan een toekomstbestendige organisastie. Met andere woorden: een werkgeverwaardestrategie helpt om mensgericht werken minder vrijblijvend te maken. De 3 pijlers van de werkgeverwaardestrategie Purpose & Growth Bij Purpose & Growth draait het om de vraag of mensen zich kunnen verbinden aan waar de organisatie voor staat én of ze daarin kunnen groeien. Het gaat dus niet alleen over ontwikkeling in de klassieke zin van opleidingen of doorgroeien, maar ook over zingeving, autonomie, leiderschap en het gevoel dat jouw werk ergens aan bijdraagt. In het kort: medewerkers weten waar de organisatie naartoe wil, begrijpen waarom dat ertoe doet en krijgen de ruimte om daarin mee te groeien en verantwoordelijkheid te nemen. Wat houdt het in? Een heldere missie, visie en koers die voor medewerkers begrijpelijk en voelbaar zijn Duidelijkheid over hoe iemands werk bijdraagt aan het grotere geheel Ontwikkelmogelijkheden die verder gaan dan een los jaarlijks gesprek Ruimte voor autonomie en eigenaarschap Leiderschap dat niet alleen aanstuurt, maar ook ondersteunt en helpt groeien Tijd, middelen en focus om niet alleen te presteren, maar ook te ontwikkelen Wat het intern vraagt Leidinggevenden die coachend en situationeel leidinggeven Regelmatige 1-op-1-gesprekken en concrete aandacht voor ontwikkeling Heldere ontwikkelpaden, ontwikkeldoelen en passende leervormen Duidelijke mandaten en ruimte om zelf beslissingen te nemen Betrokkenheid van medewerkers bij koers, doelen en verandering Voldoende capaciteit en middelen om ontwikkeling en strategische doelen ook echt mogelijk te maken Hoe focusniveau eruit kan zien Op marktconform niveau is het vooral belangrijk dat missie, visie en strategie helder zijn, dat medewerkers begrijpen hoe hun werk bijdraagt en dat er een basis is voor ontwikkeling en coachend leiderschap. Op focusniveau gaat het een stap verder. Dan worden medewerkers actief betrokken bij missie, visie en strategie, zijn individuele doelen direct gekoppeld aan de koers, wordt ontwikkeling veel persoonlijker ingericht en is autonomie zichtbaar groter. Culture & Collaboration Bij Culture & Collaboration gaat het om hoe mensen met elkaar omgaan en samenwerken. Voelen medewerkers zich veilig genoeg om ideeën te delen, vragen te stellen, feedback te geven en fouten bespreekbaar te maken? Is er vertrouwen, erkenning en inclusie? En lukt het teams om echt samen te werken in plaats van vooral naast elkaar te bestaan? In het kort: medewerkers ervaren een cultuur waarin ze zich veilig, gezien en verbonden voelen, en waarin samenwerken vanzelfsprekender wordt. Wat houdt het in? Sociale en psychologische veiligheid Een inclusieve en ondersteunende werkcultuur Waardering, erkenning en constructieve feedback Vertrouwen tussen collega’s, teams en leiderschap Samenwerking over teamgrenzen heen Een cultuur waarin fouten ook worden gebruikt om van te leren Wat het intern vraagt Leiderschap dat actief toeziet op sociale en psychologische veiligheid Kernwaarden die niet abstract blijven, maar vertaald zijn naar concreet gedrag Een feedbackcultuur waarin bevestiging én gezond conflict een plek hebben Aandacht voor inclusie, objectiviteit en gelijke kansen Bewuste monitoring van cultuur en veiligheid Onboarding en leiderschapsontwikkeling die de cultuur daadwerkelijk versterken Hoe focusniveau eruit kan zien Op marktconform niveau is er een veilige basis: duidelijke gedragsafspraken, actieve aandacht van leiderschap voor veiligheid en ruimte om kritiek of ideeën constructief te bespreken. Op focusniveau wordt veiligheid ook echt gemonitord en geborgd, wordt inclusie zichtbaar in keuzes en doorstroom, zijn cultuurprogramma’s onderdeel van onboarding en leiderschapsontwikkeling en worden verhalen over samenwerking, successen en het leren van fouten actief gebruikt om de identiteit van de organisatie te versterken. Work & Life Bij Work & Life draait het om de praktische werkbaarheid van werk. Hebben mensen de processen, tools, roosters, mandaten en arbeidsvoorwaarden die nodig zijn om hun werk goed te doen? Is de werkdruk gezond? Is er ruimte voor herstel? En past de manier waarop werk is ingericht ook bij verschillende levensfasen en behoeften? In het kort: medewerkers hebben de praktische voorwaarden om hun werk goed, gezond en zonder onnodige frustratie te kunnen doen. Wat houdt het in? Werkbare processen en heldere HR-processen Goede tools, systemen en werkplekken Duidelijke mandaten en rolafspraken Gezonde werkdruk en ruimte voor herstel Balans tussen werk en privé Passende arbeidsvoorwaarden en een goed georganiseerde basis Wat het intern vraagt Goed ingerichte processen en systemen Duidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheden en besluitvorming Roosters, planning en werkverdeling die in de praktijk uitvoerbaar zijn Leiderschap dat werkdruk en belastbaarheid serieus neemt Een organisatie die drempels en frustraties in het werk actief wegneemt Congruentie tussen beleid, cultuur en dagelijkse praktijk Hoe focusniveau eruit kan zien Op marktconform niveau gaat het om een gezonde basis: duidelijke HR-processen, inzicht in salaris en verlof, actuele faciliteiten, voorspelbare roosters, eenvoudige verlofaanvragen en een basis voor hybride werken of flexibele werktijden. Op focusniveau ga je veel verder. Dan kun je denken aan laagdrempelige HR-selfservice, ruimte voor verschillende levensfasen, parttime loopbaanpaden, actief gezondheidsbeleid, workloadmonitoring en werkprocessen die bewust rust, herstel en focus ondersteunen. Een belangrijke nuance: je kiest één focus, maar de andere twee moeten wel op orde zijn Een belangrijk punt in het model is dat de drie pijlers elkaar niet uitsluiten en ook niet los van elkaar mogen worden ingevuld. Ze moeten juist congruent zijn en elkaar ondersteunen. Dat betekent ook: als je bijvoorbeeld Purpose & Growth als focus kiest, maar mensen lopen dagelijks vast op processen, roosters of tools, dan ondermijn je je eigen werkgeversbelofte. En andersom geldt hetzelfde. Je kunt Work & Life best als focus nemen, maar als ontwikkeling, veiligheid of samenwerking onder de maat blijven, dan gaat het alsnog wringen. Juist de samenhang tussen de drie maakt de strategie geloofwaardig. Hoe kies je de juiste werkgeverwaardestrategie? De keuze voor een werkgeverwaardestrategie maak je niet op gevoel alleen. Net als bij de marktstrategie geldt ook hier: de beste keuze ontstaat niet per se daar waar het het sympathiekst klinkt, maar daar waar de sterkste match zit tussen de behoefte van medewerkers, de sterktes van de organisatie en wat je in de markt wilt bereiken. Dat begint meestal met een nulmeting of diagnose. Denk aan KPI’s rond uitval, verloop en betrokkenheid, aangevuld met onderzoek onder medewerkers en leiderschap. Niet om nog meer input “voor erbij” op te halen, maar om scherp te krijgen waar het echt schuurt, wat al goed werkt en waar de meeste behoefte ligt. Daarna helpt een gezamenlijke verkenning met leiderschap of een kernteam om van analyse naar eigenaarschap te komen. De uiteindelijke keuze maak je dus op basis van drie vragen: Waar ligt de grootste behoefte bij medewerkers? Waar liggen de natuurlijke sterktes van de organisatie? Welke werkgeverskeuze helpt ook om de marktstrategie waar te maken? Hoe voer je het in? Een werkgeverwaardestrategie kiezen is één ding. Die vervolgens echt zichtbaar maken in de praktijk is iets anders. Dat begint met het vertalen van de gekozen pijler naar concrete acties en herkenbare practices. Dus niet alleen zeggen: “wij kiezen voor Culture & Collaboration”, maar ook bepalen wat medewerkers daar dagelijks van merken. Hoe ziet feedback er dan uit? Wat verwachten we van leidinggevenden? Wat doen teams anders? Wat monitoren we actief? En waar investeren we wel of juist niet in? Daarnaast vraagt implementatie meestal drie bewegingen tegelijk: acties om de gekozen focuspijler naar focusniveau te brengen reparaties in de andere twee pijlers om ze marktconform op orde te krijgen en waar nodig team- of doelgroepspecifiek maatwerk, omdat niet ieder onderdeel van de organisatie hetzelfde nodig heeft Juist dat maakt het model praktisch: het blijft niet hangen op abstract niveau, maar helpt om door te vertalen naar keuzes die medewerkers echt ervaren. Signature practices Net als bij de marktstrategie adviseren we ook hier 'signature practices'; concrete acties die herhaalbaar en schaalbaar zijn en direct bijdragen aan de focuspijler. Bij 'Culture & Collaboration' zou dat bijvoorbeeld een vast blokje in een teammeeting kunnen zijn om erkenning uit te spreken. Wat levert het op? Een heldere werkgeverwaardestrategie levert in de praktijk veel meer op dan alleen een aantrekkelijk werkgeversverhaal. Allereerst ontstaat er meer focus. Het wordt duidelijker waar je als werkgever echt in wilt investeren en wat daarbij hoort. Daardoor voorkom je dat alles tegelijk belangrijk wordt en er uiteindelijk weinig echt scherp is. En je beschermt wat je belangrijk vindt. Wij zien veel organisaties waarbij coachgesprekken van de leidinggevende met de teamleden onder druk komt te staan door de waan van de dag. Bij de keuze van de focuspijler 'purpose & growth' krijgt dat prioriteit. Het is dan belangrijk om te kijken waar de waan van de dag ontstaat en hoe de coaching altijd gedaan kan worden. Daarnaast zorgt het voor meer samenhang. Losse initiatieven rondom leiderschap, cultuur, ontwikkeling, vitaliteit of arbeidsvoorwaarden komen meer in elkaars verlengde te liggen. Ze gaan elkaar ondersteunen in plaats van los naast elkaar te bestaan. Ook maakt het werkgeverschap concreter. Medewerkers begrijpen beter wat de organisatie van hen verwacht, maar ook wat zij van de organisatie mogen verwachten. En leidinggevenden krijgen een duidelijker kader om keuzes te maken. Misschien nog wel belangrijker: het helpt om risico’s aan de menskant eerder te herkennen en gerichter aan te pakken . Niet pas als uitval stijgt of betrokkenheid daalt, maar al eerder, op het niveau van inrichting, leiderschap en samenwerking. En uiteindelijk is dat waar het om draait: een organisatie bouwen waarin mensen niet alleen presteren, maar ook duurzaam kunnen floreren. Mens en markt: twee kanten van dezelfde strategie Veel organisaties hebben al wel een strategie voor de markt. Ze weten waar ze willen groeien, hoe ze zich willen positioneren en wat ze hun klanten willen bieden. Maar veel minder vaak is scherp uitgewerkt wat dat vraagt van de mensen in de organisatie. En juist daar zit de koppeling. De keuzes die je in de markt maakt, bepalen namelijk ook wat je als werkgever nodig hebt. Wil je in de markt uitblinken in innovatie? Dan moet je aan de binnenkant ruimte organiseren voor ontwikkeling, autonomie en leren. Wil je vooral sterk zijn in betrouwbaarheid en efficiency? Dan moeten processen, rolhelderheid en werkbaarheid op orde zijn. En kies je in de markt voor klantnabijheid, dan vraagt dat om vertrouwen, regelruimte en goede samenwerking. Daarmee wordt ook duidelijk waarom de menskant strategisch zo relevant is. In een SWOT-analyse zul je uitval, verloop, lage betrokkenheid of moeite met het aantrekken van mensen vaak niet letterlijk benoemen als “de mensen zijn het risico”, maar wel als strategische kwetsbaarheden aan de menskant. Niet omdat mensen het probleem zijn, maar omdat deze signalen iets zeggen over de uitvoerbaarheid van je koers. Als je organisatie de juiste mensen niet weet te behouden, als betrokkenheid afneemt of als overbelasting oploopt, dan raakt dat direct je vermogen om ambities in de markt waar te maken. Daarom horen mens en markt niet los van elkaar te worden bekeken. De sterkste situatie ontstaat wanneer de marktstrategie en de werkgeverwaardestrategie elkaar versterken in één integrale strategie . Geen doel op zich Een werkgeverwaardestrategie is geen extra model naast al het andere. En het model is ook geen doel op zich: het is een manier om goed werkgeverschap scherper, concreter en strategischer - en vooral praktischer - te maken. Niet door méér te doen, maar door gerichter te kiezen. Zodra duidelijk wordt waarin je als werkgever echt waarde wilt bieden, ontstaat er meer focus. En zodra die focus zichtbaar wordt in leiderschap, processen, samenwerking en dagelijkse routines, wordt goed werkgeverschap iets wat medewerkers niet alleen horen, maar ook echt ervaren.
Boogschiet doel
door Richard Wiegers 26 februari 2026
De waardestrategieën van Treacy & Wiersema zijn voor veel organisaties een heel bruikbare kapstok om richting te geven aan hun strategie en ontwikkeling. Maar wat houdt het model precies in? Hoe kies je de juiste waardestrategie? En wat levert het in de praktijk op? In deze blog zet ik het voor je op een rij. Operational excellence, Customer intimacy en Product leadership? Wat zijn de waardestrategieën van Treacy & Wiersema? Het principe is eigenlijk heel simpel: Treacy en Wiersema onderzochten talloze succesvolle bedrijven om uit te zoeken hoe zij zich wisten te onderscheiden van hun concurrenten. Ze ontdekten dat ieder van die bedrijven de focus legde op het gebied waarop het, vanuit het eigen DNA en in de eigen markt, de meeste klantwaarde kon leveren. Die verschillende vormen van klantwaarde categoriseerden zij in drie pijlers: • Customer intimacy • Operational excellence • Product leadership Daarnaast zagen ze dat deze bedrijven, naast hun focus op één specifieke klantwaarde, de andere twee pijlers minimaal op marktconform niveau uitvoerden. Door dat te doen, bouwden zij aan een duurzaam concurrentievoordeel: een onderscheidend vermogen dat echt in het DNA van de organisatie gaat zitten en daardoor lastig te kopiëren is, of op zijn minst zorgt voor een langdurige voorsprong. Klinkt dat te mooi om waar te zijn? Of misschien alleen weggelegd voor de Fortune 500? Gelukkig niet. Sterker nog: deze aanpak is juist heel geschikt voor MKB-bedrijven. Het maakt duurzaam concurrentievoordeel namelijk haalbaar. Je maakt een bewuste keuze in waar jullie je tijd, aandacht en middelen op inzetten, in plaats van te proberen op alle vlakken uit te blinken. Want juist dat is in de praktijk simpelweg niet haalbaar. Modellen en methodieken komen en gaan, maar dit model zit zó goed in elkaar en is zó praktijkgericht dat het al decennialang succesvol wordt toegepast. En voor de goede orde: het is ons nooit om een model op zich te doen; het doel is de verandering of verbetering die je wilt bereiken voor de organisatie. En daar helpt dit model heel goed bij: onze ervaring is dat organisaties dit een handige kapstok vinden om steeds op terug te grijpen en om prioriteiten mee te stellen. Of zelfs even in de wandelgangen aan te refereren. Daardoor wordt het niet alleen een strategie, maar ook een cultuur. Met als resultaat: minder druk, meer focus en minder angst voor de concurrent.
Wooden signpost pointing right, orange arrow on weathered post, snowy mountain backdrop.
door Richard Wiegers 13 januari 2026
Een goede strategie voelt als richting, niet als papierwerk. Ontdek hoe aanpassingen in het dagelijkse werk er voor zorgen dat strategie echt gaat leven in teams.
Matches on yellow background, one burned match among others, highlighting burnout.
door Richard Wiegers 5 januari 2026
Een burn-out is zelden individueel, maar een systeem dat uit balans is. Ontdek hoe duidelijke keuzes, slim ontwerp en ruimte helpen om werk gezond te houden.
Red paper boat leading blue and teal paper boats.
door Richard Wiegers 18 december 2025
Echt leiderschap groeit wanneer ruimte, vertrouwen en ontwikkeling centraal staan. Ontdek hoe dit eigenaarschap versterkt en betrokkenheid in teams verdiept.
Red strawberry with green leaves on a bright blue background.
door Richard Wiegers 10 december 2025
Is groei de enige optie om gezond te blijven? Ontdek waarom beter organiseren vaak krachtiger is dan groter worden en hoe het kan zorgen voor duurzaam succes.
Wooden pathway through a grassy valley, leading to snow-capped mountains under a cloudy sky.
door Richard Wiegers 17 november 2025
Hard werken helpt niet als richting ontbreekt. Ontdek hoe MT’s met meer rust en focus weer echt samen kunnen sturen.
door Richard Wiegers 10 november 2025
Betrokkenheid groeit wanneer werk weer klopt. Ontdek hoe een gezonde werkomgeving, duidelijke keuzes en ruimte voor talent zorgen voor meer motivatie en werkplezier.
Lightbulb inside a white chalk thought bubble on a black chalkboard.
door duda-wsm 3 november 2025
Échte rust ontstaat niet door harder werken, maar door werk slimmer in te richten. Ontdek hoe kleine ontwerpkeuzes meer overzicht, energie en ruimte creëren.
Chess pieces lined up on a board, focused on the back row. Brown pieces against a brick wall.
door Richard Wiegers 28 oktober 2025
Een sterke strategie ontstaat niet alleen op papier maar in hoe mensen samen werken en ruimte krijgen. Ontdek hoe mensgericht werken strategie tot leven brengt.
Meer posts